Koningskinderen

Uit het donker kwam een ruiter op een zwart paard te voorschijn. Het was de vader van Prins. In zijn hand droeg hij een fakkel. De mensen in de grot weken uiteen. Vlak voor Prins bleef het paard staan. Zijn vader torende hoog boven hem uit en riep: ‘Branden zul je, Xavier!’ Hij hield de fakkel tegen het stro van de pop, die de koning van Toermalijn voorstelde. Het stro vatte vlam. De mensen in de grot juichten. De trom dreunde opnieuw. Prins en Kai keken elkaar aan. Eindelijk waren ze Kleine Kraaien. Nu zouden ze leren strijden tegen de koning van Toermalijn…

9+
1996
omslag: Frank ter Horst

omslag Koningskinderen